Een kader in de welzijnscodex
In België wordt de organisatie van eerste hulp op het werk geregeld door Boek I, Titel 5 « Eerste hulp » van de Codex over het welzijn op het werk. De werkgever moet snel eerste hulp kunnen verlenen aan elke werknemer die het slachtoffer wordt van een ongeval of onwel wordt, indien nodig de gespecialiseerde diensten waarschuwen en het vervoer van het slachtoffer regelen.
De verplichtingen van de werkgever
Naast de hulpverleners moet de werkgever de contacten met de dringende medische hulpdiensten en de zorginstellingen organiseren, en ervoor zorgen dat de nuttige telefoonnummers en adressen rechtstreeks toegankelijk zijn. Die maatregelen moeten ook andere aanwezigen op de werkplek ten goede komen: aannemers, onderaannemers, studenten, bezoekers, klanten of patiënten. De verantwoordelijkheid voor de organisatie van de eerste hulp ligt bij de werkgever; de hulpverlener handelt als werknemer.
Hoeveel hulpverleners? De risicoanalyse bepaalt het
De codex legt geen vast aantal hulpverleners meer op. In ondernemingen van de groepen A, B en C bepaalt de werkgever het aantal en de kwalificatie van de personen belast met eerste hulp, na advies van de preventieadviseur-arbeidsarts en het Comité, rekening houdend met:
- het aantal tewerkgestelde werknemers;
- de kenmerken van de activiteiten;
- de resultaten van de risicoanalyse.
Het kan gaan om opgeleide hulpverleners, verpleegkundigen of aangewezen werknemers. In ondernemingen van groep D (beperkte risico's) wijst de werkgever een of meer werknemers aan die niet de volledige opleiding hoeven te volgen, maar wel de nodige informatie krijgen om de verbandkist te gebruiken en de hulpdiensten te alarmeren. Eerste hulp moet tijdens de hele arbeidsduur verzekerd blijven, ook 's nachts en in ploegen.
De basisopleiding van de hulpverlener
Een hulpverlener is een werknemer die met vrucht een basisopleiding en bijscholing volgde. Volgens de codex omvat de basisopleiding minstens 15 uur, met maximaal 15 deelnemers per lesgever, en eindigt met een certificaat na evaluatie. Ze richt zich op drie doelen: de basisprincipes beheersen, de vitale functies ondersteunen en reageren op andere letsels (bloedingen, brandwonden, vergiftigingen).
De bijscholing is in principe jaarlijks (minstens 4 uur). Ze kan tweejaarlijks worden als een risicoanalyse en het advies van de arbeidsarts en het Comité dit verantwoorden. Het certificaat blijft geldig zolang de bijscholing wordt gevolgd.
Waar opleiden?
De opleiding moet worden gegeven door een organisatie op de lijst van de FOD Werkgelegenheid. De publicatie « Eerste hulp op het werk » van de FOD bundelt de verplichtingen en praktische aanbevelingen voor werkgevers, preventieadviseurs en opleiders.
Deze tekst is informatief en vervangt de wettelijke teksten of het advies van uw preventiedienst niet.