Geen opgelegde inhoud, wel een middelenverplichting
Sinds de hervorming van de Codex over het welzijn op het werk (Boek I, Titel 5) bestaat er geen wettelijk opgelegde inhoud meer voor de verbandkist. De wetgever koos voor een middelenverplichting: de werkgever bepaalt zelf de uitrusting die past bij zijn onderneming, op basis van de activiteiten en de risicoanalyse.
Wie bepaalt de inhoud?
De werkgever legt vast, na advies van de preventieadviseur-arbeidsarts en het Comité:
- het nodige basismateriaal;
- de inhoud van de verbandkist;
- de plaats waar dit materiaal zich bevindt;
- eventuele nuttige aanvullingen.
Hij moet ook regelmatig nagaan of het materiaal en de verbandkist aanwezig en volledig zijn op de voorziene plaats. De ambtenaren van de Algemene Directie Toezicht op het Welzijn op het Werk kunnen, indien nodig, een andere inhoud of aanvullingen opleggen.
Toegankelijk en gecontroleerd materiaal
De verplichtingen inzake eerste hulp vloeien onder meer voort uit het koninklijk besluit van 15 december 2010. Naast de inhoud zorgt de werkgever ervoor dat het materiaal gemakkelijk toegankelijk is, dat de plaats ervan bij de werknemers bekend en aangeduid is, en dat de verbandkist na elk gebruik wordt gecontroleerd en aangevuld. De inhoud wordt herzien wanneer de activiteiten, de procedés of de risicoanalyse wijzigen: een onderneming die met chemische producten werkt, heeft niet dezelfde behoeften als een kantoor. Zo blijft de uitrusting altijd afgestemd op de reële risico's van de werkplek.
Er bestaat een indicatieve lijst
Ter ondersteuning publiceert de FOD Werkgelegenheid de brochure « Eerste hulp op het werk », met een voorbeeld van basisinhoud van een verbandkist en een indicatieve verdeling van het aangewezen personeel. Die lijst is niet bindend: ze dient als vertrekpunt, aan te passen aan de risico's (werken met machines, chemische producten, bouwplaatsen).
Geneesmiddelen: te vermijden
De codex raadt af om geneesmiddelen, zelfs zonder voorschrift, in de verbandkist te stoppen. De arbeidsgeneeskunde is vooral preventief en de hulpverlener is niet bevoegd om geneesmiddelen toe te dienen. Bij twijfel verwijst hij het slachtoffer door naar een zorgverlener of de hulpdiensten (112).
En het verzorgingslokaal?
In ondernemingen van de groepen A, B of C is een verzorgingslokaal in principe verplicht, tenzij de risicoanalyse aantoont dat het niet nodig is. De inrichting wordt door de werkgever beslist na advies van de arbeidsarts en het Comité. Het kan ook dienen als rustlokaal voor zwangere of borstvoedende werkneemsters.
Algemene informatie, te toetsen aan de officiële teksten en het advies van uw preventiedienst.